Print

Explosiegevaar en de Europese wetgeving

Er bestaan twee Europese Richtlijnen op het terrein van veiligheid in verband met gas- en stofexplosiegevaar:

  • de Europese richtlijn 94/9/EG (Atex 95): "Apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar explosiegevaar kan heersen", gepubliceerd op 23 maart 1994.
  • de Europese richtlijn 1999/92/EG (Atex 137) "veilig werken in explosieve omgeving", gepubliceerd op 16 december 1999.

Richtlijn Atex 95

In deze richtlijn staan de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen (EVG) waaraan apparaten en beveiligingssystemen moeten voldoen als ze bestemd zijn voor het gebruik in gebieden waar een explosieve atmosfeer kan voorkomen.

Indeling in groepen

De betreffende apparaten en beveiligingssystemen zijn ingedeeld in twee groepen.

  • Groep I: geschikt voor gebruik ondergronds.
  • Groep II: geschikt voor de overige plaatsen waar een explosieve atmosfeer kan voorkomen.

In deze twee groepen is een onderverdeling in categorieën aangebracht naar het niveau van bescherming.

  • Groep I: kent twee beschermingsniveaus, categorie M1 en categorie M2.
  • Groep II: kent drie niveaus van bescherming, categorie 1 t/m 3.

Voor alle categorieën geldt: hoe lager het getal, hoe hoger het geboden beschermingsniveau.

In de Atex 95 richtlijn is o.a. de kwaliteitscontrole van explosieveilig materieel vastgesteld in de procedures voor de beoordeling van overeestemming met de EVG's van de richtlijn en het aanbrengen van de CE-markering. KEMA Quality B.V. is door de Nederlandse Overheid aangewezen als erkend keuringsinstituut, een zogenaamde Notified Body.

Richtlijn Atex 137

De richtlijn Atex 137 is feitelijk een aanvulling op de richtlijn Atex 95. De richtlijn Atex 95 beschrijft de constructie van het materieel dat geschikt is voor installatie en het gebruik in gebieden met ontploffingsgevaar en de richtlijn Atex 137 beschrijft hoe deze gebieden in gevarenzones ingedeeld moeten worden en hoe er veilig kan worden gewerkt.

Voor de werkgever betekent dit dat hij onder meer verplicht is tot:

  • Het beoordelen van explosierisico's
  • Het opstellen en voortdurend actualiseren van explosieveiligheidsdocumenten
  • Waar nodig: het invoeren van een systeem van schriftelijke werkinstructies en werkvergunningen.

Indeling in gevarenzones

De omgevingsatmosfeer en de heersende omstandigheden op de werkplek zijn allesbepalend voor de installatiemethoden van het toe te passen materieel en de keuze van de te gebruiken arbeidsmiddelen. Het is daarom een eerste vereiste dat er een gevarenzone indeling wordt gemaakt van de gebieden die met het oog op gas- en stofexplosiegevaar gevaarlijk zouden kunnen zijn.

Die potentieel gevaarlijke gebieden worden op grond van frequentie en duur van het optreden van een explosieve atmosfeer in gevarenzones onderverdeeld:

  • Zone 0, 1 en 2: bij kans op een gasontploffing (een mengsel van brandbaar gas, damp of nevel met zuurstof)
  • Zone 20, 21 en 22: bij kans op een stofontploffing (een wolk brandbare stof).

Hierbij geldt dat het laagste getal de gevaarlijkste zone aangeeft.

Naarmate eeng evarenzone zwaarder is ingedeeld worden er ook strengere eisen gesteld aan de inrichting van de werkomgeving en aan de toepassing en het gebruik van materieel en beveilingssystemen.

 

Atex-Leidraad

De Europese Commisie heeft in mei 2000 een "Atex-Leidraad" gepublicieerd. Hierin staan toelichtingen en interpretaties van de richtlijn Atex 95. Deze Leidraad is bedoeld als achtergrondsinformatie om u te helpen bij het toepassen van de richtlijn Atex 95 en mag niet worden beschouwd als een wettelijk bindende interpretatie van deze richtlijn.

Uit het oogpunt van de Atex 137 leidraad worden ook organisatorische maatregelen vereist naast de technische maatregelen die op de werkvloer zijn genomen om algehele explosieveiligheid te bereiken.

De juridische en technische bindende elementen van de Atex 137 en Atex 95 richtlijnen zijn de classificatie in gevarenzones en de bijhorende categoriën van overeenstemming ten aanzien van het materieel en de beveiligingssystemen.

Explosiegevaar en de Nederlandse wetgeving

Volgens de Arbowet en het Arbobesluit bent u als werkgever verplicht een risico-inventarisatie en - evaluatie (RI&E) te maken en u daarin te laten odnersteunen door een arbodienst. De ri&e moet schriftelijk zijn vastgesteld en al de risco's bevatten die het werk met zich meebrengt, plus een op die risco's gebaseerd plan van aanpak. Voor een aantal onderwerpen, waaronder het omgan met gevaarlijke stoffen, moet een meer diepgaande ri&e zijn vastgesteld. hieronder vallen ook de risico's in verband met explosiegevaar. Een gevarenzone-indeling hoort bij schriftelijke vastgelegde ri&e.

Nieuwe bepalingen in het Arbobesluit

U moet ook de nodige maatregelen treffen om het ontstaan van een explosieve atmosfeer te voorkomen. Daarvoor zijn nieuwe bepalingen in het arbobesluit opgenomen, die de Europese richtlijn 137 vertalen naar de Nederlandse wet. Het gaat in de praktijk om de volgende bepalingen:

  1. Allereest moet het onstaan van een explosieve atmosfeer zoveel mogelijk worden voorkomen.
  2. Als dat niet geheel mogelijk is, moet de ontsteking daarvan worden voorkomen (bijvoorbeeld door slechts materieel toe te passen dat geen vonken of hoge temperaturen kan veroorzaken).
  3. Als er toch een explosie voorkomt, dienen de gevolgen daarvan zoveel mogelijk beperkt te blijven en moet voorkomen worden dat de explosie zich kan voortplanten naar andere plaatsen.

Strengere richtlijnen sinds 1 julie 2003

Zowel de richtlijn Atex 137 als de richtlijn Atex 95 zijn op 1 juli 2003 van kracht geworden. Dat betekend dat:

  • Explosieveilig materieel mag alleen in de handel gebracht en geïnstalleerd worden als het geheel voldoet aand e richtlijn Atex 95 en het Besluit explosieveilig materieel.
  • Materieel en beveiligingssystemen voor nieuw in te richten arbeidsplaatsen moeten geheel voldoen aan de bepalingen van het Besluit explosieveilig materieel.
  • Arbeidsplaatsen die vóór juli 2003 reeds in gebruik genomen zijn moeten vanaf 1 juli 2006 geheel voldoen aan de bepalingen van het wijzigingsbesluit Arbobesluit.
  • Arbeidsplaatsen die na ingang van het betreffende wijzigingsbesluit Arbobesluit worden gewijzigd, uitgebreid of verbouwd, meoten geheel voldoen aan de bepalingen van dit wijzigingsbesluit.

Normalisatie

In de richtlijn Atex 95 staan alleen de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen (EVG). De Europese Normalisatie-instellingen CEn en CENELEC zijn aangewezen door de Europese Commissie voor de technische uitwerking van dit eisen.

De belangrijkste normen worden aangewezen in Arbobeleidsregels. Daartoe behoren in ieder geval:

  • NEN-EN-IEC 60079-10 (nl): "Elektrisch materieel voor plaatsen waar gasexplosiegevaar kan heersen - Deel 10, Indeling van gevaarlijke gebieden".
  • NPR 7910-1: "Gevarenzone-indeling met betrekking tot explosiegevaar - Deel 1, Gasexplosiegevaar".
  • NPR 7910-2: "Gevarenzone-indeling met betrekking tot exlosiegevaar - Deel 2, Stofexplosiegevaar".
  • NEN-EN-IEC 60079-17 (nl): "Elektrisch materieel voor plaatsen waar gasexplosiegevaar kan heersen- Deel 17: Inspectie en onderhoud van elektrische installaties in gevaarlijke gebieden (anders dan in mijnen)".

Deze normen kunt u (tegen betaling) downloaden of bestellen via de website van de Nederlands Normalisatie Instituut: www.nen.nl